Skip to content

NOISE

Tom Janssens (De Standaard) schrijft:

Klein zijn heeft zo zijn voordelen. Onverzettelijk je eigen zin kunnen doen, bijvoorbeeld. En daar – bescheiden en stil – heel erg sterk in worden. Het Goeyvaerts Trio, een van de meest unieke kamermuziekensembles van ons land, staat al jaren garant voor solide uitvoeringen van de meest compromisloze muziek. In 2014 maakte het indruk met een plaat van Arvo Pärts Stabat Mater. Nooit eerder klonk de roerloosheid van deze openbaringsmuziek zo rauw en radicaal. Voor hun doortastende vertolking vol gestaalde samenklanken in reine stemming werd het ensemble terecht beloond met een Edison Award. Op hun nieuwe plaat, Whispers of Titans, keren de spelers terug naar hun voertaal: confessioneel gestemde wanklanken uit Oost-Europa.

Whispers of Titans opent met het strijktrio Elementi, het eerste deel van Henryk Górecki’s trilogie Genesis. (De twee overige delen zijn het ensemblestuk Canti strumentali en Monodrama voor sopraan, percussie en zes contrabassen.) Wie bij Górecki denkt aan de gletsjerachtige schoonheid van de beroemde Derde symfonieuit 1977, hoort hier de afkomst van die traagdroeve tonen. Elementi is een snoeihard stuk, serieel bovendien, dat inzet met dissonant elkaar schurende boogstreken. De hoge, fysieke inzet van de musici – die luidens de partituur opgesteld staan op minstens zes meter van elkaar in driehoekpositie – is meteen hoorbaar. Op Górecki’s gepantserde samenklanken komt een fascinerende roest te zitten, die de muziek naar maalselachtige noise doet bewegen. Intrigerend aan deze vertolking is de hoog oplopende spanning die de spelers meer dan dertien minuten lang weten aan te houden. Het claustrofobisch ongemak dat deze muziek opwekt, komt genadeloos mooi tot zijn recht.

Hoofdwerk op dit kleine schijfje is het strijktrio dat de Russische componist Nikolaj Korndorf schreef als hommage aan zijn mentor Alfred Schnittke. Net als bij Górecki begint de muziek met overlappende lijnen, maar in dit geval is de indruk zachtmoediger. Wat je hoort, is een gestaag woekerend D groot-akkoord, waarvan de lijnen zich als horizons boven elkaar stapelen. De statische openingsbeweging, toepasselijk genoeg Chorale genoemd, maakt een langzame golfbeweging naar het beginpunt, waardoor eentonigheid op de loer ligt. Maar zoals het Goeyvaertstrio deze muziek speelt, vol ascetisch ingehouden concentratie, kom je er aan het eind alleen maar rijker uit.

In de aansluitende tweede beweging (Toccata) laat Korndorf de strijkers energiek door elkaar snijden. De spelers slagen erin om binnen deze minimal music-achtige trafiek ook weerhaakjes en stuiptrekkingen te laten horen. Bijzonder knap is de manier waarop het Goeyvaertstrio deze energie aan het slot laat omtollen tot de folky aanhef van de derde en meest interessante beweging (Aria). Wat begint als een florerend D groot-akkoord, eindigt als een labyrinthische finale vol verruïneerde melodieën en een prachtvolle coda.

Nee, Whispers of Titans bevat geen hapklare, gerieflijke muziek. Maar wie het Goevaertstrio kent, weet dat zoiets nooit de bedoeling kan zijn. Onmeedogende schoonheid, dat is wat deze spelers viseren. Laten we hopen dat ze nog lang klein en keihard mogen blijven.

CD van de week: Whispers of Titans

Be First to Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *